|
Gegevens
|
||
|
Herkomst
|
In Engeland ontstaan uit de St. Johns dog en de Tweed en Shannon Waterspaniël. Beide nu verdwenen rassen zijn, net als de Curly Coated Retriever, in het water in hun element. De Curly Coated Retriever is de oudste van de Retriever-rassen en tevens de grootste. In de negentiende eeuw waren ze vooral populair bij jachtopzieners. Zij hadden betrouwbare apporteurs nodig die onder alle omstandigheden zwaar werk konden verrichten en dit ook de hele dag volhielden. Bovendien moest de Curly hen bijstaan bij het aanhouden van stropers. Het ras verscheen in 1860 op Engelse tentoonstellingen. | |
|
Algemeen voorkomen
|
Een sterke, actieve, evenredig gebouwde hond met een aparte vacht, die intelligentie en uithoudingsvermogen uitstraalt. Een stoere hond, maar ook een elegante en aristocratische verschijning. | |
|
Schofthoogte
|
reuen 68,5 cm, teven 63,5 cm | |
|
Gewicht
|
ongeveer 30-40 kg | |
|
Vacht
|
Het hele lichaam, met uitzondering van het gezicht, is bedekt met een massa kleine krullen. De vacht is dicht, vettig en waterafstotend. Zwart of leverkleurig. | |
|
Gebruik
|
Gespecialiseerd in het zoeken, vinden en binnenbrengen van wild in zwaar terrien en van heel ver. Thans vooral gezinshond. | |
|
Gezondheid
|
Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en erfelijke oogafwijkingen. | |
|
Aard
|
Zachte honden met een intelligent, soms eigengereid karakter. Ze werken omdat ze het leuk vinden, maar met dwang lukt het niet. Ze zijn vriendelijk en betrouwbaar, doch kunnen gereserveerd zijn ten opzichte van vreemden. | |
|
Bijzonderheden
|
De vacht wisselt twee keer per jaar en heeft geen bijzondere verzorging nodig. Kammen is slecht voor de vacht, dat beschadigt de krullen. Dood haar wordt verwijderd door de vacht een paar maal per week nat maken en dan met de handen te masseren. Bij honden die naar tentoonstellingen gaan worden de pieken wat bijgeknipt. |